Het nieuwe schieten

Je gaat het pas zien als je het snapt

Laat ik met de deur in huis vallen: we zijn niet goed bezig. Ik geloof dat het anders moet. Ik wil je uitdagen om anders naar korfbal te kijken. Kritisch te zijn op alle zaken die jij als waarheid hebt aangenomen. Het kan allemaal anders, maar alleen als je er voor open staat.

Ik ga beginnen bij het afstandsschot. Net als bij vele andere facetten van het spel benaderen we deze belangrijke motorische vaardigheid precies van de verkeerde kant. We zijn teveel gericht op de vorm en we vergeten waar het eigenlijk echt om gaat: het gaat om mikken.

Vraag een willekeurige korfballer waar hij nou precies op mikt tijdens het schieten en je krijgt een vaag antwoord. We zijn namelijk niet opgeleid in het mikken. We zijn opgeleid om iets te kunnen zeggen over de manier waaróp we schieten. De focus ligt tijdens het schieten intern. De vorm. “De techniek” is heiliger dan het doel.

Wat is eigenlijk het doel van schieten als motorische handeling? Is de vorm het doel geworden? Dit zou je haast wel denken wanneer een speler die een slechte dag heeft, alleen nog maar op zijn techniek gericht is. Wat is het doel dan? Gaat het alleen om raak of mis? Ik denk het niet. We schieten nog steeds meer mis dan raak, dus we zullen nog gerichter moeten kaderen waar we eigenlijk op mikken.

Kijk eens kritisch naar jezelf als trainer. Waar ben jij op gericht bij het opleiden? Op de vorm of op het resultaat? Natuurlijk heeft het één met het ander te maken. Maar waar leer jij je spelers zich op te focussen? Wil je een interne of een externe focus? Wat is de basis waarvan uit je begint? Begin je bij de vorm en kom je van daaruit op het resultaat? Of doe je het zoals ik het voorstel: Begin bij de eindspelvorm en reken van daaruit terug.

Zoals je elders op de site hebt kunnen lezen, is de grote vraag hoe iemand het snelst en het beste motorisch kan leren. Wat blijkt is dat de manier waarop de meeste van ons het bewegingsprobleem “afstandsschot” benaderen beter kan. We zijn teveel intern gefocust terwijl blijkt dat een externe focus veel succesvoller is. Nu is de vorm is heiliger geworden dan het resultaat. Bij een externe focus zal de vorm zich echter tijdens oefening aanpassen aan het doel van de handeling.

Laat ik voorop stellen dat ik ook pas twee jaar op deze manier naar deze materie kijk. Er was voorheen niemand te vinden die een grotere voorstander was van de “perfecte techniek”. Immers, deze technische voorwaarden maakten de kans toch het grootste om te kunnen scoren? Nu weet ik wel beter.

Het gaat erom dat trainers een arrangement verzinnen waarin bepaalde doelen gehaald moeten worden. Binnen deze arrangementen zullen de spelers zélf de vorm van hun handeling aanpassen wanneer het resultaat daarom vraagt. Ze willen namelijk succesvol zijn. Wanneer ze leren om het resultaat van hun handeling te waarderen en deze aan te passen wanneer nodig, zul je zien dat ze enorm snel vooruit gaan. En komen ze er niet uit, dan is de trainer daar om vragenderwijs de speler weer op weg te helpen. Al spelend leren ze spelen. Al mikkend zullen ze leren schieten.

De kritische succesfactoren die van invloed zijn op het het schieten zijn: de Balbaan, de Afstand en de Richting. Afgekort als BAR.

De balbaan en de afstand zijn volgens mij kritische succesfactoren die de spelers met veel oefenen zelf leren aanpassen zonder daar veel hulp bij te krijgen. Ik vind dat we ons veel meer moeten focussen op de richting van het schieten. Het moet bij het schieten niet alleen meer gaan om raak of mis. De spelers gooien nu alle missers op één hoop en focussen zich op de vorm. Mijns inziens moeten de spelers zich veel meer focussen op de richting van het schot. Een externe focus. De vorm zal zich onbewust aanpassen aan het doel.

Hoe gaan we dit doen? 

Hoe gaan we als trainers een arrangement maken waarin de spelers zelf kritisch leren kijken naar het resultaat van hun handeling? Hoe gaan we een arrangement maken waarin de focus extern komt te liggen en waarin we de kritische succesfactor “Richting” willen verbeteren?

We gaan tape op de korven plakken!

Deel de korf in acht stukken. Plak dus acht stukken tape in verticale richting op de korf.

Opdracht: Schiet tussen drie strepen door in de korf. Maak een denkbeeldige baan vanaf jouw lichaam naar de drie strepen en schiet de bal over deze baan in de korf. Probeer te scoren, maar focus je op deze baan.

Differentieer in niveau door het aanpassen van:

  • Afstand: van kleine afstand naar grotere afstand
  • Beweging: van statische situaties naar dynamische situaties
  • Weerstand: van weinig naar meer weerstand
  • Opdracht: van tussen drie naar tussen twee strepen door in de korf schieten

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vanaf de allerkleinsten moet de focus al extern gericht zijn. Juist hier is het van belang om veel arrangementen te verzinnen waarin de spelers zélf hun handelen aanpassen wanneer het resultaat erom vraagt. De rol van de trainer blijft wel het geven van aanwijzingen, maar altijd vragenderwijs en gericht vanuit het resultaat: “Wat zou je kunnen veranderen om niet meer zo vaak naast de drie strepen te schieten?”

  • Pupillen: focus extern gericht. Te hard of te zacht schieten heeft geen consequentie.
  • Aspiranten: focus extern gericht. Te zacht schieten krijgt consequentie. Dit in verband met grotere waarde van de rebound.
  • Junioren: focus extern gericht. Te hard of te zacht schieten heeft directe consequentie.

Wat is het gevolg van deze manier van schieten:

  • spelers zijn altijd wedstrijdsituatief gefocust tijdens het schieten;
  • spelers zijn minder bezig met missers. Missen is niet erg, mits maar geschoten wordt over de baan;
  • spelers zijn minder bewust bezig met hun techniek. De techniek staat in dienst van het resultaat en zal zich onbewust aanpassen;
  • spelers zullen zich zelfs bij een mindere dag blijven focussen op de richting;
  • spelers worden zelf leidend in hun leerproces. De trainer is daar wanneer de spelers zelf niet meer verder komen in dit proces;
  • spelers zullen verschrikkelijk veel zuiverder gaan schieten!

Je gaat het pas zien als je het snapt.

Succes, Wim

31 gedachtes over “Het nieuwe schieten

  1. Mooie methode om het visualiseren van het schot(baan) te versimpelen. Door afwisselend focus op gevoel, techniek en visualisatie te leggen gebruik je ieder vlak van die grijze hersenmassa om het schot op de meest effectieve manier te automatiseren. Het is soms nog erg lastig om mede- trainers en coachen te overtuigen dat het vinden van de juiste focus key is, omdat veranderingen van oude gewoontes altijd voor weerstand zorgen. De oude methodes werken immers nog steeds, maar moeten het uiteindelijk afleggen als het gaat om effectiviteit.

  2. Beste Wim,

    Als ik het artikel goed begrijp coach jij niet meer op bijvoorbeeld knie inzet, indraaien naar de korf, stand van de handen op de bal etc. Je geeft nu de speler alleen maar de opdracht om te mikken en maakt dat moeilijker door het verkleinen van de oppervlakte waarbinnen de bal door de korf moet/mag. Is het niet zo dat de meeste korfballers als antwoord op de vraag waarop ze mikken zeggen over het eerste randje. Dat de bal over het eerste randje moet en binnen drie of twee strepen maakt het mogelijk moeilijker maar hoe past de speler de richting aan van het schot? Dan maakt een speler toch weer gebruik van het indraaien naar de korf, het op een bepaalde manier plaatsen van de handen op de bal, de versnelling die ze mee geven (hoe snel schiet men). Waarom zou een trainer dan niet meer coachen op zulke aandachtspunten voor het maken van een goal? Ik ben wel van mening dat vorm ondergeschikt is aan resultaat maar toch denk ik wel vorm kan bijdragen aan het makkelijker maken van mikken. Het moeilijker maken met de verticale strepen kan zorgen voor een hogere precisie omdat het mikken nog meer aandacht krijgt maar ik weet niet of dit ten koste moet gaan van coachen op vorm of techniek. En hoe waardevol is het moeilijker maken van het mikken bij pupillen als het maken van goals zonder deze restrictie al lastig is? Wat zijn de gevolgen van het aanbieden in totaal vorm en minder in deel vormen betekent dit als een speler in aspiranten altijd op zijn rechter been vrij komt en niet leert om op links te schieten dat daar geen problemen mee ontstaan bij de overgang naar junioren of senioren?

    Roel

  3. Beste Wim,

    Wat ik wel opvallend vind is dat ik zelf bij het schieten eigenlijk altijd al meer op het mikken dan op “de techniek” (ook al bestaat deze niet) gelet heb. Eerlijk gezegd ga ik nu (16 jaar, B1) pas echt op “de techniek” letten. Ik merk wel dat mensen die veel met hun techniek bezig zijn vaak niet meer ver genoeg kunnen schieten. Als je gaat letten op perfecte techniek, laat je naar mijn mening wel iets liggen in kracht. Als je erg ver kan schieten is dit echter natuurlijk niet zo erg…

  4. Beste Wim,

    Precies waar ik mee bezig voor een schoolopdracht van Fontys Sporthogeschool! Ik maak op dit moment een bewegingsanalyse van Marloes Veenstra (SDO (V), Nederland <19). Vanuit die bewegingsanalyse moet ik een methodische lijn schrijven voor het schot uit beweging. Leuk om te lezen dat de profs hier ook mee bezig zijn! Heel herkenbaar allemaal.

    Misschien leuk als ik mijn opdracht doorstuur wanneer de docent het heeft goedgekeurd? Ik zou het volgend jaar graag willen introduceren en implementeren bij onze vereniging.

    Sportieve groet,

    Coen

    1. Coen,

      Stuur maar op als je klaar bent. Ik hoop alleen wel dat je het vanuit de handelingstheoretische benadering gaat schrijven. Anders ben je zoals die vele anderen die praten over ‘de techniek’.

      Wim

  5. ik zal eerlijk toegeven dat ik het nog niet helemaal snap; mag ik concluderen dat het verschil tussen een schutter die wel veel de korf raakt en een schutter die veel scoort wel eens het verschil tussen het interne en externe focus zou kunnen zijn?

    blijf een en ander volgen!

  6. Wat een prachtig artikel. Ook ik was (ben) een trainer die de nadruk op de techniek legt. Gelukkig geef je in je artikel ook aan dat techniek bij de jongste kinderen belangrijk is. Hoe vaak zien we dat daar kinderen alleen bezig gehouden worden door trainers die zelf de techniek ook niet altijd goed beheersen.
    Schieten komt op deze manier in een ander (en beter) licht te staan en dat vind ik wel mooi. Verder doet het vragend coachen een beroep op het mentale deel van schieten, want ook dit speelt een belangrijke rol. Uiteindelijk zou je het met je ogen dicht moeten kunnen doen (visualiseren), ook dat is leuk om eens te oefenen is mijn ervaring.
    Ik hoop nog veel (innovatieve) artikelen van je te lezen.
    Groeten,
    Hans Peters
    (miv volgend seizoen hoofdtrainer FIKS , met speciale taken op het gebied van de jeugdopleiding)

    1. Hans,

      Het wordt door meerdere mensen zo gelezen dat ik tot de aspiranten veel bezig ben met ‘de techniek’. Ik kan me dit ook voorstellen en zal dus een aanpassing maken in het artikel. Wat ik eigenlijk bedoel is dat ik tot de aspiranten veel op het cognitieve vlak van het bewegen zou trainen. Met andere woorden: welke motorische handelingen zijn van positieve of negatieve invloed op het schieten. Ik zeg nooit dat een schot er volgens technische voorwaarden uit zou moeten zien. Met deze cognitieve kennis geef je ze daarna de tools om binnen het nieuwe schieten op impliciete wijze motorisch te leren. Wat werkt wel en wat werkt niet voor ze?

      De kern: verzin spelvormen waarin de kinderen al spelend leren spelen en al mikkend leren schieten.

      Succes volgend jaar bij FIKS.

  7. Beste Wim,
    Als één van de docenten van Marvyn kan ik het niet laten om toch even te reageren. Het plakken van tape is wel een mooie manier om de focus nog gerichter te laten zijn en ik ben het grotendeels eens met je artikel. Waar je het hebt over uitgangspunten zou ik je nog wel willen uitdagen om niet te beginnen met ‘het’ afstandschot maar met een (vereenvoudigde) spelsituatie. Ook je aanname dat er een vaste methodische volgorde bestaat is discutabel. Het lijkt zo logisch maar er is niemand die lineair leert dus waarom is de methodiek dan lineair? Daarnaast is er natuurlijk sprake van bepaalde mechanische aspecten waaraan ook een afstandschot moet voldoen maar om op basis hiervan te concluderen dat de jeugd wel via een technisch geordende methodiek opgeleid moet worden…mmm. Ik zou juist het omgekeerde zeggen: leer de jeugd impliciet hoe ze kunnen schieten, dwing door allerlei arrangementen af dat ze in iedere situatie een oplossing hebben om de bal te kunnen schieten. Op een hoog niveau zou je eventueel expliciet kunnen gaan sturen & schaven, hoewel ik vermoed dat het daar hetzelfde werkt als bij beginners….
    Succes met deze ontwikkeling.

    Lammert Klok, docent ‘Bewegen & Motorisch leren’ Calo Windesheim, Zwolle

    1. Beste Lammert,

      Geweldig dat je ook inhoudelijk reageert. Prachtig dat ook mensen buiten het korfbal meedenken.

      Allereerst ben ik net als jij van mening dat alle oefenstof binnen (vereenvoudigde) spelvormen moet worden aangeboden. Immers, de speelproblemen dienen zich alleen in deze spelvormen aan en het oefenen van de oplossing kan dus ook alleen in deze vormen op realisistische wijze gedaan worden. Ik ben dan ook geen voorstander van “droog” schieten. De vorm van het schieten die ik aanbied is meer een terugkomende eis binnen verschillende spelvormen.

      Je opmerking dat ik aanneem dat er een vaste methodische volgorde is klopt niet helemaal. Ik kan me wel voorstellen dat je dit stelt. Persoonlijk sta ik helemaal achter jouw handelingstheoretische benadering waarin geen sprake is van een algemene lineaire leerlijn. Ik wilde het artikel echter praktisch en behapbaar maken voor de grote massa. Jij zult als geen ander weten dat deze theorie snappen en deze theorie écht snappen ver uit elkaar ligt. Mijn methodische voorstel is meer een houvast voor de trainers dan een voorschrift.

      Bedankt voor je bijdrage.

      Groeten, Wim

  8. Leuk artikel, Wim! Het concept van externe focus in niet nieuw, maar dit is denk ik de eerste keer dat ik het zo uitgewerkt voor korfbal voorbij zie komen. Binnen de VU is er inderdaad e.e.a. aan onderzoek uitgevoerd op dit gebied, maar ook anderen hebben hier onderzoek naar gedaan. Als je namelijk expliciet op techniek (vorm) traint, kan het zijn dat je hier onder druk weer naar grijpt, en teveel gaat nadenken over je beweging, met alle negatieve gevolgen van dien (het zogeheten choking under pressure door reinvestment, mocht iemand er meer over willen weten, zoek naar artikelen van Masters). Binnen mijn studie bewegingswetenschappen wordt de door jou beschreven methode dus ook sterk gepromoot!
    Ik zie nog niet hoe het gebruik van tape dit kan faciliteren, het effect van het schot lijkt me ook zonder de tape wel duidelijk. Maar dit is nog even afwachten, ben benieuwd welk commentaar spelers hebben die hiermee trainen!
    Overigens kan hiermee wel degelijk de techniek verbeterd worden. Een kind dat vanaf de heup schiet zal merken dat dit geen effect heeft wanneer er een verdediger voor staat. Dit is ook de reden dat mijn inziens zo snel mogelijk met een (passieve) verdediger moet worden getraind.

    Al met al een mooi concept, dat nieuwe schieten, ik ben benieuwd naar de ervaringen ermee!

    Groetjes,
    Judith Overdevest

  9. Hoi Willem,

    Leuk artikel en een interessante gedachte. Succes met de website en ik blijf het volgen.

    Sportieve groet,
    Haralt Lucas

    PS. ik mis nog een mooie foto in geweldige groene tenue van Noord 🙂

  10. Beste Wim,

    Interessant en zeker bruikbaar. Graag wil ik je ook wijzen op een documentaire die ik pas gezien heb, ik dacht klokhuis, (ja, daar kijk ik ook naar) waar wordt aangetoond dat spelers die pas op het laatste moment de korf zien ook significant zuiverder schieten. Misschien is het iets voor je. Groet, John

    1. John,

      Wat mooi dat jij reageert 😉 Ik heb de documentaire gezien en zeker interessant. Thanks! Vraagje: welk team bij pkc doe jij nu? Ik zag een filmpje op youtube waarin een pkc jeugdteam speelt volgens mijn visie (bewust/onbewust) en dacht dat het jouw team was.

      Groeten, wim

  11. Leuk interessant artikel. Zal het eens uitproberen, vind techniek wel de basis maar zoals Wim ook al aangeeft op een bepaalde leeftijd/categorie moet je het niet meer aanpassen dan moet je het extern zoeken.

    Verder moet een trainer spelers vooral ook leren hoe zich zelf te verbeteren dus zelf correctie.

    Verder zal er bij de korfbal überhaupt verder nagedacht moeten worden hoe het verder te ontwikkelen.

    Goed bezig Wim ga zo door !

    Groeten Martijn Cristen

  12. Heel mooi en interessant stuk. Super dat we er met z’n allen over blijven nadenken.
    Ik vind je oefeneningen met de tape heel interessant en ga daar zeker eens naar kijken.

    Lang geleden dacht Kees Rodenburg er ook al zo over. Als ik het me nog herinner zij hij toen: Al schiet iemand vanaf zijn tenen maar hij/zij is zuiver en het is niet verdedigd waarom dan de techniek verbeteren?

    Ik blijf je volgen heel leuk 🙂

  13. Mooi stuk.
    Dit kan zeker ook mooie vervolg-discussies opleveren.
    Zo ben ik er zelf van overtuigd dat je (met de beperkte trainingsarbeid van de gemiddelde subtopclub of lager) in de seniorenselectie geen wijziginen meer moet (willen) aanbrengen in de schotTECHNIEK van individuele spelers.
    Deze focus is dan een mooi middel om de effectiviteit toch nog (aanzienlijk??) te verhogen.

  14. Top artikel Wim,

    Sluit naadloos aan op mijn schoolthema motorisch leren.
    Ik word dus al zo opgeleid, en toch ga ik dit artikel doorlinken naar mijn leraar.

    Gaaf als je ziet dat je sport en je opleiding worden gecombineerd!

  15. Goed artikel Wim!

    De externe focus trainen is heel belangrijk, ik noem dat de aandachtsstijl(denk ik). Evenals het wisselen van aandachtsstijlen, Intern small, intern breed, extern breed en extern smal.
    Met deze oefeningen leer je de spelers te switchen van extern breed(balbaan) naar extern smal (strepen op de korf)of hoe doen ze dat eigenlijk?. Iedere speler heeft zijn voorkeurs stijl, en zal dus onder druk snel naar die stijl van aandacht gaan. (introvert intern en extrovert extern). Als spelers zich hiervan bewust zijn kunnen ze hiermee beter omgaan. Op de VU zijn hier hele mooie onderzoeken naar gedaan. Maarja wat is de waarheid….. Iedere trainer heeft zijn eigen waarheid 🙂 en ik ga het eigenlijk steeds minder snappen nadat ik meer weet 😉

    Lijkt me leuk om er eens verder over te bomen!?

    Met vriendelijke sportgroet

    1. Ik sluit me graag aan bij een discussieavond omtrent het nieuwe schieten. Al ben ik zelf geen (top)trainer, ik ben altijd nieuwsgierig naar nieuwe ontwikkelingen om de techniek nog beter te krijgen.

      Laat maar weten hoe, wie, wat, waar, enzovoort….

      Groeten,

      Lars Bierhaalder,
      korfballiefhebber en voormalig speler o.a. BW.

      1. Lars, ‘de techniek’ bestaat niet. Laat kinderen los in een spelvorm waarin het doel duidelijk gesteld wordt. Laat ze daar zelf oplossingen verzinnen voor de vele speelproblemen.

    2. Wanneer je de trainingsfocus gaat leggen op het visualiseren van de ballijn, dan zal de speler hierop zijn eigen aandachtsstijl toepassen. Begin ik vanuit mijn gevoel (intern) te visualiseren of vanuit mijn waarneming (extern) en dat proces kun je eventueel ook gaan beinvloeden. Met al die termen die in verschillende contexten andere betekenissen hebben wordt het er inderdaad niet altijd even gemakkelijk op. Misschien denk ik hier morgen wel weer anders over ;).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s